• Home
  • |
  • De Japanse zinsbouw: jezelf voorstellen in het Japans

Konnichiwa! Zoals de titel al verraadt, gaan we het in deze blog over de Japanse zinsbouw hebben. Misschien heb je eerder al een keer een poging gewaagd de Japanse taal te leren en is je het een en ander opgevallen. Of misschien ben je gewoon erg benieuwd hoe je jezelf in het Japans kan voorstellen. Eén ding staat in ieder geval vast: de Japanse zinsbouw is een tikkeltje anders dan de Nederlandse! 

Wees maar gerust, een zin maken in het Japans is helemaal niet zo moeilijk. Maar hoe doe je dit dan? En waar moet je allemaal rekening mee houden? Dat gaan we in deze blog leren, dus… Ikimashou (let’s go)!

Samenvatting

Tijdens het lezen van dit artikel hopen wij je het volgende te leren: 

  • Hoe de Japanse zinsbouw eruit ziet.
  • Wat Japanse partikels zijn.
  • Het gebruik van het は (wa) partikel.
  • Hoe je een Japanse zin maakt.
  • Hoe je jezelf voorstelt in het Japans. 

Wil je liever de video les bekijken?

Zinsbouw: Japans vs. Nederlands

Zoals je al hebt kunnen lezen in de intro, zitten er een aantal verschillen tussen de Japanse zinsbouw en de Nederlandse zinsbouw. Je bent inmiddels vast erg nieuwsgierig geworden naar hoe zo’n Japanse zin eruit ziet! Laten we een goed voorbeeld pakken waarmee jij jezelf in Japan aan anderen voor kunt stellen. Dus om je niet langer in spanning te houden…

JapansRomajiNederlands
わたしは 「naam」 です。Watashi wa [naam] desu.Ik ben [naam].

Er zijn dus een paar dingetjes waar je rekening mee moet houden! Allereerst is het zo dat zowel in het Japans als in het Nederlands het onderwerp aan het begin van de zin staat, watashi (ik). Lekker makkelijk dus! Maar hier komt het verschil: in het Japans wordt het werkwoord in de zin, in dit geval desu (zijn), aan het eind van de zin geplaatst. In het Nederlands staat deze meteen na het onderwerp (ik).

JapansNederlands
Watashi wa [naam] desu.Ik ben [naam].

Waarschijnlijk is je nog iets anders opgevallen aan de Japanse zin die hierboven staat. Als ‘watashi’ in het Nederlands ‘ik’ betekent, en ‘desu’ het werkwoord ‘zijn’ is, wat is die wa dan in hemelsnaam? De wa in deze zin noemen we met een mooi woord een partikel. Maar wat doen partikels nou precies? Daar gaan we het nu over hebben, dus lees snel door!

Japanse partikels

In de Japanse grammatica wordt er gebruik gemaakt van partikels. Partikels zijn er om zinsdelen aan te duiden: denk aan het onderwerp, een plaats, tijd, etc. In het Japans heb je daarom dus ook verschillende soorten partikels die je voor verschillende zinsdelen gebruikt. In het begin is het misschien even moeilijk, want dit is natuurlijk niet iets dat we in het Nederlands hebben. Gelukkig wen je er na een beetje oefenen supersnel aan!

Het onderwerpspartikel は (wa) 

Het belangrijkste partikel dat je moet kennen om jezelf voor te stellen in het Japans is het onderwerpspartikel: het は (wa) partikel. Je snapt het waarschijnlijk al, dit partikel geeft het onderwerp in de zin aan. Oké… maar wat is het onderwerp ook alweer? Het onderwerp in een zin is de persoon of het object dat het werkwoord uitvoert. Je kunt hier achter komen door te vragen:  

Wie/wat + [werkwoord] + [rest van de zin]? 

Door deze vraag te stellen wanneer je het niet zeker weet, kom je er in no-time achter wat het onderwerp van de zin is! Laten we het voor de duidelijkheid een keer doornemen. Hieronder een voorbeeld: 

Voorbeeldzin:Shiro is leraar.
Wie/wat + [werkwoord] + [rest van de zin]?Wie is leraar?
Antwoord (onderwerp): Shiro.

Nu zul je misschien denken, “Maar dit klinkt raar als ik het toepas op een zin dat als onderwerp ‘Ik’ heeft”, en daar heb je helemaal gelijk in. De vraag die je dan stelt, klinkt dan een beetje gek, kijk maar:

Voorbeeldzin:Ik ben leraar.
Wie/wat + [werkwoord] + [rest van de zin]?Wie ben leraar?
Antwoord (onderwerp): Ik. 

In dit soort gevallen kun je je ook gewoon afvragen, “Wie/wat voert het werkwoord uit?”, of om het nog makkelijker te maken, “Om wie/wat gaat het nou eigenlijk in deze zin?”. In beide gevallen kom je er vaak snel genoeg achter wat het onderwerp van de zin is. 

Maar we zijn hier tenslotte om Japans te leren, dus hoe gebruik je dit partikel dan in het Japans? Het は (wa) partikel staat in een Japanse zin altijd achter het onderwerp. Zo kun je het onderwerp in een zin dus makkelijk herkennen en hoef je niet zo’n moeite te doen zoals in het Nederlands! Hieronder vind je een paar voorbeeldzinnen met het onderwerpspartikel は (wa):

JapansRomajiNederlands
わたし ジョリーン です。Watashi wa Joriin desu. Ik ben Jolene.
わたし がくせい です。Watashi wa gakusei desu.Ik ben een student.

Zinnen maken in het Japans

We weten nu hoe de Japanse zinsbouw eruit ziet, en we kennen ook de basisregels. Laten we alles nog één keer doornemen om ervoor te zorgen dat we alles 100% begrijpen! De zinsbouw van een Japanse zin ziet er dus zo uit:

[onderwerp] は (wa) […] [werkwoord]
わたしは ジョリーン です。
Watashi wa Joriin desu.

En natuurlijk zijn er nog een paar belangrijke dingen die we moeten onthouden wanneer we een zin in het Japans maken, namelijk:

  • Het は (wa) partikel geeft het onderwerp in de zin aan.
  • Het は (wa) partikel staat altijd achter het onderwerp.
  • Het werkwoord staat aan het eind van de zin.

Tussen het は (wa) partikel en het werkwoord zijn, です (desu), hebben we in eerdere voorbeelden een naam gezet. Maar je kunt hier in principe van alles zetten! Zo kun je bijvoorbeeld zeggen dat je een student, bedrijfsmedewerker of een Nederlander bent. 

Jezelf voorstellen in het Japans

Nu is het eindelijk zover! Na alles te hebben besproken, kunnen we eindelijk onszelf voorstellen. In het Japans noemen we dit een じこしょうかい (jikoshoukai): een zelf introductie. Natuurlijk heb je wel wat woordenschat nodig om iets over jezelf te kunnen vertellen. Laat het nou net je geluksdag zijn! Hieronder vind je een kleine lijst met een aantal woorden om te gebruiken.

Woordenlijst voor jouw じこしょうかい  

Met deze woorden zul je al een eindje moeten komen! Wil je toch nog wat meer over jezelf kunnen vertellen? Zou je bijvoorbeeld willen zeggen dat je aardig of stil bent? Dat kan natuurlijk ook! Deze woorden noemen we adjectieven, oftewel bijvoeglijke naamwoorden. Hier hebben wij een apart artikel over geschreven. Je kunt deze woorden op dezelfde manier gebruiken als de woorden die hier in de woordenlijst staan: tussen het onderwerpspartikel は (wa) en het werkwoord zijn, です (desu). Check de blog over Japanse bijvoeglijke naamwoorden om het gebruik hiervan beter te begrijpen!

Lukt het al een beetje? Na een aantal keer oefenen, heb je het zo onder de knie! Je weet nu in ieder geval hoe je jezelf kunt voorstellen in het Japans met deze grammatica en woordenschat. Dus, heb je Japanse vrienden of ga je toevallig naar Japan? Grijp je kans, en stel je voor! 

Kennistoets

Wil je weten of je de les goed hebt begrepen en wil je een woordenlijst ontvangen van alle Japanse woorden die we in deze les behandelen? Doe dan de kennistoets hieronder.

{"email":"Email address invalid","url":"Website address invalid","required":"Required field missing"}

Recente Blogs

Japans leren: Japans tellen van 1 tot 100

Japans leren: Japans tellen van 1 tot 100

Japanse werkwoorden II: informeel taalgebruik en vervoegingen

Japanse werkwoorden II: informeel taalgebruik en vervoegingen
>