Kotatsu TV
Shares

Tag Archives for " Japan "

kawasaki blog-cover

Op Uitwisseling in Japan: Een proefje van school in Kawasaki

Shares

Op Uitwisseling in Japan: Een proefje van school in Kawasaki

Tijdens mijn zomer exchange in Kawasaki kreeg ik voor het eerst een kijkje in een Japanse junior- en senior high school. Is die typisch Japanse ochtend spits nog zo grappig als je er middenin staat?
Mijn naam is Jalisha en ik geef jullie via Kotatsu TV graag een kijkje in mijn ervaringen als scholier, student en stagiaire in Japan. 

Moeizaam n aar Schoolkawaski blog -1

Op zondagavond 23:00 kwam ik voor de allereerste keer in Japan aan bij mijn gastgezin in Kawasaki. Ik zou met beide gastzusjes (18 en 14) een paar dagen naar school gaan, en dus ging de volgende ochtend om 6 uur de wekker. De 高校 (High school) van mijn zus was namelijk helemaal in Yokohama; zoals ik in mijn vorige blog vertelde, is een goede reputatie van de school reden genoeg om reistijd- en kosten voor lief te nemen.

Mijn eerste reis naar school verliep, tot grote stres van mijn gastzus die geen Engels sprak, alles behalve vlekkeloos.
Ik liep aan de verkeerde kant van de weg, stond aan de verkeerde kant van de roltrap (staan vs. doorlopen; hou hier rekening mee, want de kanten verschillen per regio!), stopte de OV chipkaart in de verkeerde machines, viel bijna omver en raakte mijn gastzus meer dan eens bijna kwijt in de enorme drukte. Die filmpjes van treinen in Tokio, met handschoendragende duw-mannetjes… die zijn zo leuk niet meer als ze je s’morgens om 7:00 tussen de zakenmannen met puntige koffers duwen.

Eindelijk op school aangekomen ontdek je dat je je gastmoeder’s o-zo speciale eerste o-bento (lunchbox) vergeten bent. En als aan het einde van de dag je gastzus je wenkt met “go home” besef je nog niet dat Japanners het tegenovergestelde gebaar gebruiken (zoals de lucky cats, met de hand naar beneden, gelijk aan ons’ “scheer je weg”), waardoor je met tranende ogen vraagt of je die hele weg alleen terug moet vinden.

Belangrijke Lessenkawaski blog - 2

Drie dagen tijd gevuld met Engels, gym, een thee ceremonie en kook les geven je een heel beperkte, doch eerste impressie in het Japanse school leven.
De All-girls, privé high school was wel even wat anders dan mijn dynamische *ahum* en multiculturele school in hartje Amsterdam Bijlmer. Ja, ze droegen uniforms, sliepen masaal in de bibliotheek en riepen constant “kawaii”. En de Japanse docent Engels spreekt Engels onri~ ah ~rittle.

De public, mixed middle school van mijn jongere zusje vormde een mooie middenweg. Maar waar de Japanse meisjes vanaf het eerste moment op me af renden, foto’s maakte en vragen stelde, stonden de jongens op een kluitje achter in de klas. In de pauze durfde ze in een grote groep wel “bery bery cyu-to” (very, very cute) te roepen, maar verder bestond mijn eerste school ervaring in Japan voornamelijk uit “ガールズトーク” (Girls talk)!
Een week is bij lange na niet genoeg om het Japanse schoolleven echt te ondervinden. Daarom ging ik het jaar erna terug! In deze eerste week leerde ik echter wat leuke extrakawaski blog -3‘s:

– De Japanse versie van Ana Maria Koekoek:  だるまさんが転んだ (Daruma-san ga koronda)!

– Hana Ichi Monme, een traditioneel kinderspel. Twee groepen staan hand-in-hand tegenover elkaar en stampen omstebeurt zingend op elkaar af, op het einde de benen in de lucht gooiend alsof ze zand naar elkaar trappen. Uiteindelijk wordt van elk team één persoon geselecteerd om steen-papier-schaar te spelen en het team met de winnaar krijgt er een speler bij, totdat er nog maar één team is. Hana = bloem, Monme = een muntstuk uit de Edo periode.

– Yubi kiri, ook wel bekend als pinky swear. Niet alleen leerde ik dat dit idee uit Japan kwam, maar ook nog eens dat het ontstaan is door de Yakuza die hun pink eraf sneden als ze hun familie onteerden. Desalniettemin wordt er in Japan bij een belofte dit vrolijke liedje gezongen.

In mijn volgende blog vertel ik jullie eindelijk over DE Japanse High School!
Je kunt me ook op Youtube volgen waar ik dit met nog meer beelden toelicht.  

♥ジャリーサ ♥

Shinto schrijn deel 2-Coverfoto

‘Kami-sama, notice me’: het bezoek aan een Shinto-heiligdom (deel 2)

Shares

‘Kami-sama, notice me’: het bezoek aan een Shinto-heiligdom (deel 2)

Dit is het vervolg op de eerste blog over het bezoek aan een Shinto-heiligdom. De eerste blog was een zeer korte introductie. Nu bespreek ik de etiquette (sanpai hōhō 参拝方法) dat hoort bij het bezoeken van een heiligdom. Ik houd het beknopt.

Sanpai hōhō 参拝方法

Als het je eerste bezoek is aan een Shinto-heiligdom, is het handig om alvast een aantal regeltjes te onthouden. Men verwacht natuurlijk niet dat je alles keurig naleeft, maar Japanners waarderen het als buitenlandse bezoekers enige kennis hebben van de Japanse tradities en gebruiken.

Het betreden van het heiligdom

Zodra je het heiligdom betreedt, is het eerste wat je ziet een torii 鳥居. Dit is een soort portaal. Hier eindigt de gewone wereld, waarna je de wereld van de kami 神 zult betreden. Doe dit met gepaste eerbied en begroet de godheid die zich hier huishoudt met een buiging. De kami verleent jou dan toestemming om zijn (of haar) heiligdom te betreden.

Temizu 手水Temizuya

Voordat je de binnenplaats betreedt, moet je je eerst “reinigen”. De gewone mensenwereld is onrein. Het betreden van het heiligdom in een onreine staat is uit den boze. Bij een chōzuya of temizuya 手水舎, een heiligwaterbron, kun je je ritueel reinigen. Dit gaat als volgt:

  • Vang met het steelbekertje het water op dat uit de leiding sijpelt (schep dus niet het water uit de opvangbak).
  • Was je linkerhand. Pak vervolgens over met je linkerhand.
  • Was je rechterhand. Pak vervolgens over met je rechterhand.
  • Doe wat water in je linkerhandpalm. Spoel hiermee je mond (de mond en alles ermee te maken heeft is onrein).
  • Houd het steelbekertje omhoog zodat het resterende water over de steel valt. Nu maak je de steel “schoon”.
  • Leg het steelbekertje terug.

De binnenplaatsVolgorde van reinigingsritueel

Bij het betreden van de binnenplaats is er weer een torii. Ook hier geldt: groeten. Je ziet nu de haiden 拝殿, de gebedshal. Direct hierachter bevindt zich de honden 本殿, de hoofdhal. De hoofdhal staat vaak in verbinding met de gebedshal, maar dit hoeft niet altijd het geval te zijn. Grote heiligdommen zoals bijvoorbeeld Izumo Taisha of Ise Jingū hebben een kleinere heiligdom binnen het heiligdom. Deze wordt omgeven door kleinere schrijnen en schuttingen, waardoor alleen het dak zichtbaar is. Naar verluid mogen gewone mensen de hoofdhal niet zien, omdat deze te heilig is. Wel kunnen bezoekers hun wens doen aan de godheid via een opening in de schutting. Dit venster kijkt uit op de hoofdhal. Een sluier moet ervoor zorgen dat mensen niet de hoofdhal in kijken. Alleen onder toezicht van de Shinto-priester mogen mensen de hoofdhal bezichtigen. Dit gebeurt op afspraak, en met de benodigde rituelen. Het binnenste heiligdom van Ise Jingū (naikū 内宮) mag alleen door de keizer en zijn familieleden worden betreden.

Het maken van een wens

Het doen van een wens aan de godheid gebeurt als volgt:

  • Gooi wat kleingeld (5 of 10 yen is genoeg) in de saisenbako 賽銭箱, een soort aalmoezenbak.
  • Breng twee keer een groet (buigen).
  • Klap vervolgens twee keer met je handen en houd deze bij elkaar (gasshō 合掌). Maak in stilte je wens. (Bij Izumo Taisha klap je vier keer. De godheid hier gaat over de liefde en het huwelijk. Twee keer klap je voor jezelf, en twee keer voor je (gewenste) partner, gevolgd door je wens).
  • Nadat je je wens hebt gemaakt buig je nog een keer.

‘Kami-sama, notice me’: het bezoek aan een Shinto-heiligdom (deel 1)

Shares

‘Kami-sama, notice me’: het bezoek aan een Shinto-heiligdom (deel 1)

Het shintoïsme (shintō 神道) is een inheemse religieuze stroming in Japan dat veel ouder is dan het boeddhisme of het confucianisme. Deze laatste twee zijn veel later uit India en China, via het Koreaanse schiereiland, naar Japan gekomen. Het wordt gezegd dat de stroming even oud is als het land zelf, maar dit is niet precies te achterhalen. Het shintoïsme draait om het geloof in natuurgoden. Het kent daarom meerdere goden. Het heeft veel weg van een georganiseerde religie, maar het is het niet: er is geen echte leer. Noch zijn er religieuze gemeenschappen of sekten. Er is ook bijna geen hiërarchie onder de goden (kami 神), en met uitzondering van een enkeling worden zij gelijkwaardig vereerd. Verering vindt plaats in een Shinto-schrijn (jinja 神社).

Jinja, taisha, jingū: what’s in a name?

Er zijn verschillende termen voor Shinto-heiligdommen. Er zijn drie algemene termen: jinja, taisha 大社 en jingū 神宮.


Jinja
is de algemene term voor een Shinto-heiligdom. Het woord wordt gebruikt als achtervoegsel achter de naam van de godheid die er wordt vereerd. Bijvoorbeeld Aso Jinja 阿蘇神社 in de prefectuur Kumamoto. Hier wordt de godheid Aso-no-Ōkami 阿蘇大神, die zich in de vulkaan Aso 阿蘇山 manifesteert, vereerd.

 

Taisha 大社 betekent letterlijk ‘grote schrijn’, en het is een relatief nieuwe term. Het is vaak groter qua oppervlakte, maar het is niet veel belangrijker. Vaak wordt het woord geplaatst achter de plaats waar de schrijn zich bevindt, bijvoorbeeld Izumo Taisha 出雲大社 in Izumo in de prefectuur Shimane, of Fushimi-Inari Taisha 伏見稲荷大社 in Inari, in de wijk Fushimi van de stad Kioto.

 

 

Jingū 神宮 zijn verbonden met het keizerlijk huis. De belangrijkste ervan is Ise Jingū 伊勢神宮. Dit complex ligt in Ise, in de prefectuur Mie. Andere bekende jingū zijn Heian Jingū 平安神宮 in Kioto en Meiji Jingū in Tokio. Ise Jingū is het belangrijkste heiligdom binnen het shintoïsme. Dit is waar de zonnegodin Amaterasu (Amaterasu-ōmikami 天照大神) zich naar verluid manifesteert. Zij wordt volgens de kronieken beschreven als de goddelijke voorouder van de Japanse keizerlijke familie. De Shinto-geestelijken die de riten verzorgen in de jingū behoren tot de Japanse keizerlijke familie.

Shintoïsme en het Japanse keizerrijk

Ise Jingū zou volgens de overlevering een spiegel van Amaterasu herbergen. Zij zou drie regalia (“heilige edele schatten”) hebben meegegeven aan haar achterkleinzoon Jinmu 神武. Deze zijn de spiegel, een zwaard en een (kroon)juweel. Jinmu zou deze hebben gebruikt om zijn legitimiteit op te eisen als rechtmatige heerser van het Japanse eiland, nadat hij uit de hemel was neergedaald. In de kronieken wordt hij beschreven als de stichter van het Japanse keizershuis.

**blogger’s note** Ik zal niet ingaan op de Japanse scheppingsmythen en de legende rondom Jinmu. Het is veel te lang en te uitgebreid om de blog hieraan te wijden. Daarnaast is het shintoïsme besmet met allerlei controverses, omdat het door hele foute Japanse politici en politieke bewegingen wordt gebruikt als een inspiratiebron voor nationalistische en racistische propaganda. Ik hoop op termijn voldoende tijd en ruimte te vinden om een degelijk en neutraal inzicht te bieden over het shintoïsme en de scheppingsmythen. Voorlopig laat ik het hier even bij. Mocht je toch interesse hebben: Boeddha’s en kami van Dr. Hendrik van der Veere (docent aan Universiteit Leiden) is een helder geschreven introductie tot de Japanse religieuze tradities.

Volgende keer: je eerste bezoek aan een Shinto-heiligdom?

In deel twee zal ik schrijven over de etiquette bij een bezoek aan een shinto-heiligdom. Tot dan!

een-ongemakkelijke-handdruk-cover

Een Ongemakkelijke Handdruk: Japan en de VS

Shares

Een ongemakkelijke handdruk: de relatie tussen Japan en de VS

Zeer kort nadat Donald Trump president van de Verenigde Staten was geworden, ontmoetten hij en de Japanse premier Abe elkaar om de relatie tussen hun landen te bespreken. Aan het einde van het gesprek drukten zij elkaar langdurig de hand, en het filmpje daarvan zorgde voor redelijk wat hilariteit. Let vooral op Abe’s gezicht aan het eind:

Nu is de vraag: als Abe het blijkbaar zo ongemakkelijk vindt om Trump de hand te schudden (wat natuurlijk begrijpelijk is), waarom was hij dan toch één van de eerste regeringsleiders om in gesprek met Trump te gaan? Het simpele antwoord is dat Japan van de VS afhankelijk is. Maar waarom is dat, en hoe is dat zo gekomen?

Geschiedenis

Er zijn natuurlijk economische factoren. Beide landen zien de ander als een belangrijke afzetmarkt. Maar dat is niet de voornaamste reden dat Japan en de VS zo’n hechte relatie hebben.
De oorsprong ligt in de Tweede Wereldoorlog. Na de bommen op Nagasaki en Hiroshima gaf Japan zich over, en werd voor de komende zeven jaar bezet door de VS. Het land werd grondig opnieuw ingericht, en er kwam onder andere een nieuwe grondwet. Artikel 9 daarvan bepaalt dat Japan geen eigen leger meer mag hebben. Men wilde voorkomen dat Japan ooit nog oorlogszuchtige ambities zou krijgen. Om het land toch te kunnen verdedigen in geval van nood is er wel een Self Defense Force, maar voor het grootste deel wordt Japan beschermd door het Amerikaanse leger. Er is bijvoorbeeld een grote militaire basis op Okinawa.

Strategie

Voor de VS was het ook van groot strategisch belang om Japan als bondgenoot te hebben. Tijdens de Koude Oorlog was Japan de buffer tussen het communistische China en Rusland aan de ene kant van de Pacifische Oceaan, en de VS aan de andere kant. Tegenwoordig is het eerder andersom. De Japanse betrekkingen met Zuid-Korea en China willen nog wel eens wankelen, met disputen over eilandjes, herdenkingen van oorlogsmisdadigers of vervalste geschiedenisboeken. Het bondgenootschap met de VS geeft Japan in dat soort conflicten een geruststellende steun in de rug.

Noord-Korea
een-ongemakkelijke-handdruk-1

Daarnaast is er natuurlijk Noord Korea, dat letterlijk naast Japan ligt en steeds gevaarlijker lijkt te worden. Kim Jong Un’s laatst geteste nucleaire raket kwam tot ongeveer halverwege de zee tussen Noord Korea en Japan. Het is dus begrijpelijk dat Japan zich zorgen maakt. Als reactie op deze raketproef zei Trump: “I just want everybody to understand and fully know that the United States of America stands behind Japan, its great ally, 100%.”

Ondanks dat er stemmen opgaan om artikel 9 te herzien, is het onwaarschijnlijk dat Japan snel weer een sterk leger zal hebben. Mocht het dus tot een echt conflict komen met één van de buurlanden, dan zal Japan vrijwel volledig afhankelijk zijn van de VS. Bovendien staat de VS zelf ook op gespannen voet met China, en ziet de militaire bases in Japan als strategische uitvalpunten om snel heel Oost-Azië te kunnen bereiken. Als je dit in gedachten houdt is het opeens veel begrijpelijker waarom Trump en Abe, die op het eerste gezicht volkomen verschillend lijken, toch vriendschappelijk een potje golfen.
een-ongemakkelijke handdruk-2

Toshiro mifune deel 2 cover

Toshirō Mifune: de laatste samoerai (deel 2)

Shares

Toshirō Mifune: de laatste samoerai (deel 2)

In mijn vorige blog schreef ik over de ‘jidaigeki’, de historische periodefilm. Daarnaast besprak ik de veranderde maatschappelijke situatie na de Tweede Wereldoorlog. Japan veranderde van een militaire dictatuur naar een constitutionele monarchie. De Japanse filmindustrie veranderde mee gedurende deze tijd. Hoewel het genre van jidaigeki eerst onderhevig was aan het censuurbeleid van de Amerikaanse bezetting (1945-1952), kwam er geleidelijk meer bewegingsruimte om het genre nieuw leven in te blazen. Na 1950, en vooral na het einde van de bezetting kwam de productie van de jidaigeki op volle gang. Dit was het ‘gouden tijdperk’ van de Japanse cinema, en voor Toshirō Mifune was dit moment beslissend voor zijn gehele filmcarrière.

Mifune begon zijn acteercarrière in de gendaigeki of “hedendaagse” film. Hij had een kleine rol als een lage samoerai in Life of Oharu (1952) van Kenji Mizoguchi (1898-1956), maar dit trok nog weinig aandacht. Hij werd pas “die ene samoerai” toen hij internationaal doorbrak in de klassieker Seven Samurai (1954). Zijn meest gedenkwaardige rol was echter die van Miyamoto Musashi (1584-1645) in de zogenaamde Samurai Trilogy (1954-1956) van Hiroshi Inagaki (1905-1980). In Throne of Blood (1957) laat Mifune zich van zijn meest dramatische kant zien.

Sanjūrō, de Japanse “cowboy”toshiro mifune deel 2-2

Eerder schreef ik over Kurosawa’s komische jidaigeki. Dit was een parodie op het oorspronkelijke genre. Voor de film Yojinbo (1961) werd Mifune gecast als Sanjūrō, een uiterst eigenzinnige rōnin die in eerste instantie niets moet hebben van andere mensen. Uiteindelijk zal hij toch bijdraaien om hen te redden.

Rōnin

Rōnin, de samoerai zonder meester (letterlijk “zwevend persoon”), waren in de ogen van de samoerai “eerloze” samoerai. Zij waren lager in aanzien dan zelfs de laagste samoerai. In plaats van seppuku of rituele zelfmoord te plegen, kozen zij ervoor om “vuil” werk te doen om zichzelf te kunnen onderhouden. In de meeste gevallen kleefde er bloed aan hun handen. Vanwege hun superieure vaardigheden in de zwaardvechtkunst werden zij als yōjinbō (lijfwacht) ingehuurd door machtige yakuza, die regelmatig hun tegenstanders en vijanden lieten omleggen.

De anti-rōnin

In Yojinbo is Sanjūrō de anti-rōnin: hij vecht tégen de yakuza. Het vervolg Sanjuro (1962) is veel luchtiger, waarin de humor meer naar voren komt. In deze film moet Sanjūrō een groepje onervaren samoerai en twee vrouwen uit hun clan beschermen tegen corrupte samoerai. Dit gaat moeizaam, als de vrouwen hem steeds belachelijk maken, en de onervaren samoerai hunzelf steeds in gevaar brengen.

Mifune als rolmodel voor Clint EastwoodToshiro mifune deel 2-1

Yojinbo was voor Sergio Leone (1929-1989) het model voor zijn eerste film uit de zogenaamde Dollars-films, A Fistful of Dollars (1964), met daarin Clint Eastwood in de hoofdrol. Het is een bijna exacte kopie van Yojinbo, en het verhaal speelt zich af in het Amerikaanse wilde westen. Eastwoods personage vertoont veel gelijkenissen met Sanjūrō: hij is eenling, hij is zeer bedreven met zijn wapen en bemoeit zich aanvankelijk met zijn eigen zaken. Leone pleegde plagiaat met de film, maar na een rechtszaak werd erkend dat de Toho Studios de auteursrechten bezaten. Ondanks dit alles werd A Fistful of Dollars een cultfilm, en Clint Eastwood een cultfiguur. Hij werd de typerende Hollywood-(actie)held. Maar aan wie is deze cultstatus toch te danken?

In mijn volgende blog: de breuk met Kurosawa (1965) en uitwisselingen met westerse filmmakers.

Wagashi-Kusamochi-omslag

Wagashi: Kusamochi

Shares

Wagashi: Kusamochi

Welkom bij mijn tweede blog over Wagashi (和菓子). Vorige keer heb ik mijn recept voor het maken van Anko (zoete bonen pasta) met jullie gedeeld! Dit keer heb ik een mochi/daifuku recept waarbij je de Anko gebruikt! Zoals je ziet, is het groen. Maar nee, het is geen spacecake. De groene kleur komt van een plant genaamd Yomogi. Deze groeit bijna overal in Japan en als je daar bent kun je ze vers plukken en malen. De plant is hier helaas niet te krijgen dus we doen het met de gedroogde versie! Deze kun je hier via de Japanse Amazon kopen! Of hier bij Ebay. Het is misschien wat prijzig maar je hoeft niet veel te gebruiken om er iets mee te maken!

Ingrediënten

(15~20 mochi)

  • Yomogi (poeder)  5gr
  • Water 30ml
  • Mochiko (sweet rice powder) 200gr
  • Suiker 40gr
  • Water 140~180mlWagashi-Kusamochi-1
  • Anko (zoete bonen pasta) 400gr
  • Katakuriko (aardappelzetmeel/maïszetmeel)

Bereidingswijze

  1. Week de Yomogi met 30ml water voor 5 min.
  2. Meng mochiko met suiker en Yomogi. Giet er beetje bij beetje water bij. Ga door met roeren totdat het een deeg wordt en net zo zacht is als je oorlel (ja, I know.. zo zeggen ze dat in Japan).
  3. Verdeel de mochi in 3 delen. En rol ze tot een bal. leg een nat doekje in de steamer en leg daar de balletjes in.
  4. Kook water in een wat kleinere pan waar de steamer bovenop past. Als het water eenmaal kookt leg je de steamer op de pan.
  5. Stoom de mochi voor 15-20 min.
  6. Rol in de tussentijd de Anko in 15~20 balletjes en leg ze opzij voor later.
  7. Nu moet je terwijl de mochi nog heet is de 3 ballen bij elkaar kneden. Het is echt heet, trouwens. TT_TT Strooi zetmeel in een bakje en leg de mochi erin. Strooi ook wat zetmeel boven de mochi en verspreidt het met je handen tot het niet meer plakt.
  8. Deel de mochi in 15~20 stukjes. Rol zo’n stukje op in een bal en maak deze plat met je handpalm. Spreid de randen voorzichtig met de vingers totdat je een goeie grootte hebt om de Anko mee in te pakken.
  9. Leg een Anko balletje in het midden terwijl je de mochi plat op je hand houdt. Maak met die hand voorzichtig een grijpbeweging en sluit de mochi voorzichtig dicht met je andere hand.
  10. Herhaal dit proces (het liefst zo snel mogelijk, omdat mochi minder elastisch wordt wanneer het koelt) met de rest en dan ben je klaar!

 

Kimono-Ik-geef-Memoirs-of-a-geisha-de-schuld-cover

Kimono: Ik geef Memoirs of a geisha de schuld

Shares

Kimono: Ik geef ‘Memoirs of a Geisha’ de schuldKimono-Ik-geef-Memoirs-of-a-geisha-de-schuld2

We hebben allemaal wel eens gehoord van Pokémon, instant-ramen, geisha of bonsai. Ook sushi-restaurants zijn inmiddels niet meer weg te denken uit ons dagelijks leven. Of spreek ik nu te veel uit eigen ervaring? In elk geval, in ons dagelijkse leven zijn er overal Japanse cultuursnippers om ons heen. Ook in mijn kinderjaren (zei de 23-jarige oma) waren Aziatische en Japanse cultuurelementen al gangbaar in Nederland, maar mijn echte fascinatie voor Japan begon iets later.

‘Memoirs of a Geisha’

Toen ik een jaar of 13 was zag ik voor het eerst de film ‘Memoirs of a Geisha’ op de televisie. Ik was op slag verliefd. Het was mooi, het was weelderig en het was oneindig fascinerend. Dit romantische portret van het Japan van 1920 tot 1940 betoverde me. Misschien was het verhaal een sprookje was wat ik op die leeftijd nog nét niet helemaal kon begrijpen, maar de interesse naar de Japanse cultuur was niet meer bij me weg te krijgen.

Mijn moeder merkte mijn interesse voor Japan op en voorzag me van het boek Shogun. Ik deed een dappere poging om het te lezen, maar helaas bleek het lezen Kimono-Ik-geef-Memoirs-of-a-geisha-de-schuld1van Shogun voor een puber toch nog wat hoog gegrepen. Om je een idee te geven, Shogun bevat ongeveer net zo veel woorden als de volledige The Lord of the Rings boekenserie. Iets anders dan maar. Anime en manga deden hun intrede en ik begon met het luisteren van Japanse muziek. Ook zocht ik naar talloze andere moderne en traditionele Japanse cultuuruitingen. Op mijn computer zocht ik alles op: lolita-mode, kimono, mythes, gebruiken, geloven, cosplay; alles kwam aan bod. Ondanks de relatief accepterende pubers in mijn klas werd dit toch een beetje gek gevonden. Ik zocht mijn uitweg in fora als Aniway, Gaiaonline en uiteindelijk ImmortalGeisha.

Doei spaargeld

Kort daarna begon ik met het sparen van kimono’s. (Nee, van Dale, dit is geen “ochtendgewaad met wijde mouwen“.) Voor het kerstgala op de middelbare school kocht ik een furisode: een formele kimono voor ongetrouwde jongedames met langere mouwen. Ongeveer zevenhonderd euro lichter stond ik zo trots als een pauw in een echte Japanse outfit op het kerstgala te shinen. Dat het totaal ongeschikt en een beetje getikt was realiseerde ik me pas op het gala zelf. Ik besefte me dat ik hierin totaal niet kon dansen, en eigenlijk vrijwel niks kon doen wat je doorgaans op een schoolgala doet. Het was allemaal prima, ik voelde me prachtig. Stiekem had ik misschien zelfs de hele avond voor een spiegel gestaan. Misschien.

Hobby

Inmiddels zijn we bijna tien jaar verder en is het stukje kimono wel de grootste Japans getinte hobby geworden. Het is voor mij een stukje kunst, cultuur en geschiedenis om te dragen. Letterlijk en figuurlijk. Daarnaast is het natuurlijk ook gewoon een ontzettend leuke manier van bezig zijn met mode, Japan en creatieve zelfexpressie. Laten we eerlijk zijn, wie vind het nou niet leuk om zichzelf te verkleden?

Toch heb ik vaak overwogen om te stoppen met het sparen en dragen van kimono’s. Het is een behoorlijke investering en nou Kimono-Ik-geef-Memoirs-of-a-geisha-de-schuld3niet echt de meest logische hobby voor in Nederland. In de pubertijd ben je al vrij onzeker en de schuine blikken en nare opmerkingen van anderen kennen soms geen genade. Ondanks dat mensen het vaak vreemd vinden en er niet altijd een gepast situatie is om kimono te dragen, ben ik er nog steeds mee bezig. Ik kan het niet laten, het hoort gewoon bij me, heeft misschien zelfs een beetje bijgedragen aan wie ik ben. Het heeft er onder andere voor gezorgd dat ik altijd interesse bleef houden in Japan en volgend jaar die kant op ga. Wees dus voorbereid: je zult het onderwerp ‘kimono’ nog vaak terug lezen in mijn blogs.

Benieuwd geworden? In mijn volgende blog vertel ik je wat in mijn mening de belangrijkste kimono feiten zijn, wat kitsuke is, en wat er verder allemaal bij komt kijken.

Cover © Ben Winkeler
Portrait © Jody van Wijk
Fullbody back © Paul Perdijk
Cosplayen in Japan omslag

Cosplayen in Japan

Shares

Cosplayen in Japan 1Wil jij ook cosplayen in Japan?

Toen ik voor het eerst in Japan kwam voor de Tokyo Game Show in 2013, had ik de plank compleet misgeslagen als Cosplayer. Om ervoor te zorgen dat je niet, net als mij, voor schut gaat lopen, volgen in deze blog wat doetjes en dontjes. 

Ik cosplayde zelf nog niet zolang, maar er waren mij toch wel een paar dingetjes opgevallen die hier anders zijn. Je zou misschien denken:”He? Maar het is toch gewoon verkleed naar een conventie of evenement gaan? Wat kan er misgaan?”
Zoals je misschien al weet, in Japan gelden veel ongeschreven regeltjes. Dus ook in de cosplay-wereld. Het is interessant om te zien welke verschillen er zijn tussen cosplay in Nederland en Japan. Ik zet ze hier even voor jullie op een rijtje:

Do’s and Don’ts:

  1. In Japan word het niet op prijs gesteld als je je kostuum buiten de conventie draagt. Terwijl ik hier vaak uit luiheid en gemak mijn kostuum alvast draag, kun je dit in Japan niet echt maken. Daarvoor zijn in alle conventies speciale kleedkamers voor cosplayers. Bij de Tokyo Game Show (TGS) sluit je je dan ook aan bij een speciale rij alleen bestemd Cosplayen in Japan 2voor cosplayers. Nadat je een con hebt verlaten, verwacht men dan ook dat je weer omgekleed ben in je dagelijkse kloffie.
  2. Mocht je iets heel korts dragen wat bij je kostuum hoort, dan ben je verplicht een kort broekje onder je kostuum te dragen. Dit hebben ze gedaan als een maatregel tegen fotografen die stiekem shots maken onder rokjes van cosplayers.
  3. Er is geen lichamelijk contact tussen cosplayers en de rest van de mensen/fotografen. Hier is het normaal dat als iemand je mee op de foto vraagt, diegene een arm om je heen slaat. Daar wordt er duidelijk een lijn getrokken.
    Fotografen kunnen je de verder raarste requests geven (bepaalde poses, een knuffeltje vasthouden ed.), maar gek genoeg voeren cosplayers dit allemaal uit. Dus als je hard-boiled bent zoals mij en je grenzen duidelijk aangeeft, zouden fotografen raar naar je kunnen kijken.
  4. Er zijn bepaalde gedeeltes op cons zoals bij de TGS, die bestemd zijn voor cosplayers. Hier vind je gemakkelijk 30 fotografen die in de rij wachten om cosplayers vast te leggen.
    Het is dus niet gebruikelijk om in je cosplay allerlei games uit te proberen, mocht je op een gaming event zijn. Je kunt dit natuurlijk altijd zelf bepalen, maar wees bereid dat er veel random mensen ongevraagd kiekjes van je zullen maken.

Dit waren voornamelijk de grootste dingen die mij opvielen. Volgende keer zal ik jullie meer vertellen over mijn cosplay ervaringen in Nederland.

Tot de volgende keer!

speelhallen-zijn-niet-dood-omslag

Speelhallen Zijn Niet Dood!

Shares

Speelhallen zijn niet dood! En al helemaal niet in Japan.

Terwijl speelhallen of “Arcades” niet meer zo populair zijn als ze vroeger waren, zijn ze nog steeds booming in Japan. Ze zijn wel veel veranderd over de jaren heen, maar nog steeds een groot deel van het dagelijks leven. Elke grote stad heeft wel een speelhal en meestal dichtbij het station.

Waarom zou je naar een speelhal willen gaan?

Ze zitten vol met verschillende types! Van jonge scholieren tot de wat ouderen en speelhallen zijn zelfs een populair date-plekje voor koppels! Heb je tijd om te doden? Speelhal! Een nieuwe figure van een nieuwe anime waar je gek op bent? Speelhal! Ben je toe aan 20 pakken van KitKat? Speelhal! Wil je weten hoe het is om een gundam te besturen? Speelhal!

Wat vind je in zo’n speelhal?speelhallen-zijn-niet-dood-1

  • Begane grond: de begane grond van een speelhal zit meestal vol met prijs spellen. UFO-vangers, hijskraan spellen en kans spellen meestal voor snoep, chocolade(!), knuffels en anime merchandise.
  • Eerste verdieping: De eerste verdieping zal vol zitten met wat ouder publiek! Hier vind je casino spellen zoals pachinko en gesimuleerde paard races.
  • Tweede verdieping: Dit is waar alle jongeren zullen zitten. Wat je hier kunt vinden zijn de video spellen. Fighting games, racing games, card games en puzzle games! Hier worden bijvoorbeeld de nieuwe Mario Kart al uitgebracht lang voordat ze verkrijgbaar zijn op een console!
  • Derde verdieping: Hier vind je music en ritme-gebaseerde games. Ook vind je robot pods hier. Dit zijn kleine hokjes waar je in kan kruipen, waar je vervolgens schermen om je heen hebt en dan een robot bestuurd!
  • Vierde verdieping: Hier vind je heel vaak koppels en meisjes. Waarom? Omdat je hier meestal ‘Purikura’ hebt staan. Dat zijn de befaamde foto’s waar je ogen heel erg vergroot worden en je mond heel verkleind wordt. Een groot deel van Japans jongeren cultuur, maar dat eist een blog voor zichzelf. 😉

Zelf ben ik weg van speelhallenspeelhallen-zijn-niet-dood-2

Tijdens mijn verblijf in Tokyo ben ik langs veel speelhallen geweest en ze zijn allemaal verschillend. Zo heb je er 1 die meer is gefocust op chocolade als prijs (Yay!) en een ander die meer anime merchandise als prijzen heeft staan. Ze lijken soms wel duurder dan in Nederland. Zo ben je ¥200 kwijt voor een UFO vanger wat ongeveer €1,50  is. Maar persoonlijk zie ik dat als extraatje sinds je daar dan ook bent voor de sfeer en om je geluk te testen. Ben je ooit in Japan? Dan is een speelhal een must-try!

Wagashi anko omslag

Wagashi: Anko

Shares

Wagashi: Anko

Ooit gehoord van 和菓子 wagashi? Dit is een naam voor Japanse lekkernijen. Misschien ken je mochi/daifuku wel! Dat zijn Japanse zoete rijstcakejes sommige met een vulling. Deze vulling bestaat vaak uit een pasta van zoete bonen, oftewel, anko. Vandaag zal ik laten zien hoe je thuis heerlijke Japanse anko kunt maken! Niet alleen dient het als vulling, je kunt er veel meer mee! Bijvoorbeeld een zoet soepje, zenzai of oshiruko. 

Wat heb je nodig?

  • Adzuki bonen 250gr (Dit vind je in een grote Albert Heijn, de toko of een biologische winkel)
  • Suiker 230~240gr (Je kunt zelf een beetje spelen hoe zoet je je anko wil hebben)
  • Glucosestroop 1,5el (je kunt dit vaak als corn syrup vinden in de toko, bijvoorbeeld de Amazing Oriental. Je kunt het ook skippen.)
  • Mespuntje zout
  • Water

MethodeWagashi: Anko 1

  1. Was de adzuki bonen schoon in koud water. Stop ze in een pannetje met lekker veel water.
  2. Breng de pan aan de kook op een middelhoog vuurtje en kook de bonen 10 min.
  3. Giet de bonen met al het water in een zeef en was de bonen snel. Maak ook de pan even schoon.
  4. Doe de bonen terug in de pan met ongeveer 4 tot 5 keer zoveel water dan de adzuki. Laat het koken op hoog vuur.
  5. Als het kookt, ontstaat er wat schuim. Dit bovenlaagje verwijder je voorzichtig met een lepel totdat het water weer helder is.
  6. Kook de bonen door totdat ze zacht zijn op een laag- tot middelhoog vuurtje. (1 uur tot 1,5 uur). Giet er wat water bij als er teveel water is verdampt en de bonen boven water lijken te komen.
    !! Let er op dat ze echt bijna té zacht moeten zijn. Je moet ze kunnen pletten zonder kracht te zetten.
  7. Giet de bonen weer in een zeef en gooi het water weg.
  8. Doe de bonen terug in de pan en voeg de suiker in 3 tot 4 stappen toe. Roer door tot dat het suiker is opgelost.
    !! Suiker zorgt ervoor dat de bonen ietsje harder worden. Daarom is het belangrijk om ze door te koken tot ze bijna te zacht zijn.
  9. De anko is nu waterig door het suiker. Je zet de pan nu weer op een middelhoog vuurtje en blijf roeren totdat je een pasta krijgt. Dit duurt ongeveer 5 tot 10 min.
  10. Als je denkt dat de pasta dik genoeg is zet je het vuur uit. Voeg nu de glucosestroop en zout toe. Roer het goed en laat de pan met een deksel voor 30min tot 1 uur staan om de anko te laten rusten.
  11. Done!

Klaar! en nu?

Je kunt er van alles mee! Ik zal de volgende blog schrijven over hoe je Kusamochi maakt. Dat is een rijstcakeje met anko als vulling. Verder kun je er een makkelijk zoet soepje van maken. Dit maak je gemakkelijk door 200 gram anko met 200ml water te mengen in een pan. Voeg er wat suiker aan toe naar smaak. Kleine rijstcake balletjes erin en klaar is ie!