Anlong Vuong, auteur op Kotatsu TV
Kotatsu TV
Shares

All posts by Anlong Vuong

Camera Japan Festival 2017 in Rotterdam

Shares

Afgelopen week vond in het Lantaren Venster in Rotterdam het eerste deel van Camera Japan Festival 2017 plaats. Het is een filmfestival dat volledig in het teken staat van de Japanse cinema, en met name hedendaagse films. Dit jaar draait het evenement rond het thema ‘Kyushu’, het in het zuidwesten gelegen grote eiland van Japan. Een aantal films die op het programma staan werden daar opgenomen.

Camera Japan vertoont uitsluitend films die hun Nederlands debuut maken, hoewel enkele daarvan ook hier hun Europese debuut maken. Eén van deze films is ‘Noise’ (2016) van MATSUMOTO Yusaku, welke ik later zal behandelen. In deze blog zal ik schrijven hoe ik het afgelopen weekend heb ervaren tijdens Camera Japan.

Host

Ik heb het afgelopen weekend als Host gewerkt voor Camera Japan Festival in Rotterdam. Het houdt in dat ik verantwoordelijk ben voor het ontvangen en vergezellen van belangrijke gasten die naar het evenement komen. Deze zijn onder meer de mensen die de films komen presenteren – regisseurs, producenten en acteurs, maar ook mensen die in de film- of televisie-industrie werken en die Japan als werkgebied hebben. Ik heb dit weekend de kans gehad om een delegatie van de film Noise te mogen hosten, alsmede documentairemaker Ian Thomas Ash uit de Verenigde Staten.

‘Noise’

Noise is een film uit 2016, en het is de eerste grote film van MATSUMOTO Yusaku (geb. 1992). Het is een biografische dramafilm, zoals de regisseur dit zelf noemt, dat in verband staat met de Akihabara-moordaanslag van 2008. Hierbij reed een verwarde man op klaarlichte dag met een vrachtauto in op het publiek, waarna hij vervolgens willekeurig mensen begon neer te steken. Zeven mensen vonden de dood, en tien anderen raakten gewond.

De regisseur werd voor deze film geïnspireerd door de zelfmoord van een jeugdvriend. Deze zelfmoord wordt in verband gebracht met de moordaanslag in Akihabara. De film volgt een aantal personen die allemaal “slachtoffers” zijn, en die voor moeilijke levenskeuzes staan – keuzes die hun levens voorgoed kunnen veranderen. Het is een intense en grimmige film die de kijker confronteert met de idem grimmige werkelijkheid van de moderne samenleving. Er is hoop, maar deze wordt gedurende de hele film onderdrukt.

Ik zal niet verklappen waar de film naar toe gaat. Het is aan de kijker om de film te interpreteren.

Noise’ bij Camera Japan

Voor regisseur MATSUMOTO Yūsaku en J-idol/actrice ANJŌ Urara is Camera Japan hun eerste stap in de internationale filmwereld, en tevens hun eerste reis naar het buitenland. Voor cameraman en acteur KISHI Kentarō is het minder spannend, maar nog steeds een eer om twee films te mogen promoten. Hij speelt namelijk ook in de film The Sower (2016), die ook op het programma stond.

De première van Noise werd goed bezocht: het trok bijna een volle zaal. Samen met nog een andere host hadden wij intensief geflyerd, in de hoop om genoeg mensen te lokken naar de première. Onze inspanning had uiteindelijk geen windeieren gelegd. Na de vertoning volgde een Q&A, waarbij kijkers vragen konden stellen aan de crew met betrekking tot de film. Na afloop volgde een informeel partijtje in het café en restaurant van het Lantaren Venster.

Deel 2: Amsterdam

In mijn volgende blog zal ik schrijven over mijn ervaringen bij Camera Japan in Amsterdam. Ik zal alleen als filmkijker gaan, en ik kijk ernaar uit om de film Close-Knit (2017) te mogen zien. Het is een belangrijke film dat in het teken staat van LGBTQ awareness in Japan. Hoewel er langzaam aan meer aandacht is voor de seksuele minderheden in Japan, bestaan er nog steeds (negatieve) vooroordelen met betrekking tot deze groep.

Tot dan!

Shinto schrijn deel 2-Coverfoto

‘Kami-sama, notice me’: het bezoek aan een Shinto-heiligdom (deel 2)

Shares

‘Kami-sama, notice me’: het bezoek aan een Shinto-heiligdom (deel 2)

Dit is het vervolg op de eerste blog over het bezoek aan een Shinto-heiligdom. De eerste blog was een zeer korte introductie. Nu bespreek ik de etiquette (sanpai hōhō 参拝方法) dat hoort bij het bezoeken van een heiligdom. Ik houd het beknopt.

Sanpai hōhō 参拝方法

Als het je eerste bezoek is aan een Shinto-heiligdom, is het handig om alvast een aantal regeltjes te onthouden. Men verwacht natuurlijk niet dat je alles keurig naleeft, maar Japanners waarderen het als buitenlandse bezoekers enige kennis hebben van de Japanse tradities en gebruiken.

Het betreden van het heiligdom

Zodra je het heiligdom betreedt, is het eerste wat je ziet een torii 鳥居. Dit is een soort portaal. Hier eindigt de gewone wereld, waarna je de wereld van de kami 神 zult betreden. Doe dit met gepaste eerbied en begroet de godheid die zich hier huishoudt met een buiging. De kami verleent jou dan toestemming om zijn (of haar) heiligdom te betreden.

Temizu 手水Temizuya

Voordat je de binnenplaats betreedt, moet je je eerst “reinigen”. De gewone mensenwereld is onrein. Het betreden van het heiligdom in een onreine staat is uit den boze. Bij een chōzuya of temizuya 手水舎, een heiligwaterbron, kun je je ritueel reinigen. Dit gaat als volgt:

  • Vang met het steelbekertje het water op dat uit de leiding sijpelt (schep dus niet het water uit de opvangbak).
  • Was je linkerhand. Pak vervolgens over met je linkerhand.
  • Was je rechterhand. Pak vervolgens over met je rechterhand.
  • Doe wat water in je linkerhandpalm. Spoel hiermee je mond (de mond en alles ermee te maken heeft is onrein).
  • Houd het steelbekertje omhoog zodat het resterende water over de steel valt. Nu maak je de steel “schoon”.
  • Leg het steelbekertje terug.

De binnenplaatsVolgorde van reinigingsritueel

Bij het betreden van de binnenplaats is er weer een torii. Ook hier geldt: groeten. Je ziet nu de haiden 拝殿, de gebedshal. Direct hierachter bevindt zich de honden 本殿, de hoofdhal. De hoofdhal staat vaak in verbinding met de gebedshal, maar dit hoeft niet altijd het geval te zijn. Grote heiligdommen zoals bijvoorbeeld Izumo Taisha of Ise Jingū hebben een kleinere heiligdom binnen het heiligdom. Deze wordt omgeven door kleinere schrijnen en schuttingen, waardoor alleen het dak zichtbaar is. Naar verluid mogen gewone mensen de hoofdhal niet zien, omdat deze te heilig is. Wel kunnen bezoekers hun wens doen aan de godheid via een opening in de schutting. Dit venster kijkt uit op de hoofdhal. Een sluier moet ervoor zorgen dat mensen niet de hoofdhal in kijken. Alleen onder toezicht van de Shinto-priester mogen mensen de hoofdhal bezichtigen. Dit gebeurt op afspraak, en met de benodigde rituelen. Het binnenste heiligdom van Ise Jingū (naikū 内宮) mag alleen door de keizer en zijn familieleden worden betreden.

Het maken van een wens

Het doen van een wens aan de godheid gebeurt als volgt:

  • Gooi wat kleingeld (5 of 10 yen is genoeg) in de saisenbako 賽銭箱, een soort aalmoezenbak.
  • Breng twee keer een groet (buigen).
  • Klap vervolgens twee keer met je handen en houd deze bij elkaar (gasshō 合掌). Maak in stilte je wens. (Bij Izumo Taisha klap je vier keer. De godheid hier gaat over de liefde en het huwelijk. Twee keer klap je voor jezelf, en twee keer voor je (gewenste) partner, gevolgd door je wens).
  • Nadat je je wens hebt gemaakt buig je nog een keer.

‘Kami-sama, notice me’: het bezoek aan een Shinto-heiligdom (deel 1)

Shares

‘Kami-sama, notice me’: het bezoek aan een Shinto-heiligdom (deel 1)

Het shintoïsme (shintō 神道) is een inheemse religieuze stroming in Japan dat veel ouder is dan het boeddhisme of het confucianisme. Deze laatste twee zijn veel later uit India en China, via het Koreaanse schiereiland, naar Japan gekomen. Het wordt gezegd dat de stroming even oud is als het land zelf, maar dit is niet precies te achterhalen. Het shintoïsme draait om het geloof in natuurgoden. Het kent daarom meerdere goden. Het heeft veel weg van een georganiseerde religie, maar het is het niet: er is geen echte leer. Noch zijn er religieuze gemeenschappen of sekten. Er is ook bijna geen hiërarchie onder de goden (kami 神), en met uitzondering van een enkeling worden zij gelijkwaardig vereerd. Verering vindt plaats in een Shinto-schrijn (jinja 神社).

Jinja, taisha, jingū: what’s in a name?

Er zijn verschillende termen voor Shinto-heiligdommen. Er zijn drie algemene termen: jinja, taisha 大社 en jingū 神宮.


Jinja
is de algemene term voor een Shinto-heiligdom. Het woord wordt gebruikt als achtervoegsel achter de naam van de godheid die er wordt vereerd. Bijvoorbeeld Aso Jinja 阿蘇神社 in de prefectuur Kumamoto. Hier wordt de godheid Aso-no-Ōkami 阿蘇大神, die zich in de vulkaan Aso 阿蘇山 manifesteert, vereerd.

 

Taisha 大社 betekent letterlijk ‘grote schrijn’, en het is een relatief nieuwe term. Het is vaak groter qua oppervlakte, maar het is niet veel belangrijker. Vaak wordt het woord geplaatst achter de plaats waar de schrijn zich bevindt, bijvoorbeeld Izumo Taisha 出雲大社 in Izumo in de prefectuur Shimane, of Fushimi-Inari Taisha 伏見稲荷大社 in Inari, in de wijk Fushimi van de stad Kioto.

 

 

Jingū 神宮 zijn verbonden met het keizerlijk huis. De belangrijkste ervan is Ise Jingū 伊勢神宮. Dit complex ligt in Ise, in de prefectuur Mie. Andere bekende jingū zijn Heian Jingū 平安神宮 in Kioto en Meiji Jingū in Tokio. Ise Jingū is het belangrijkste heiligdom binnen het shintoïsme. Dit is waar de zonnegodin Amaterasu (Amaterasu-ōmikami 天照大神) zich naar verluid manifesteert. Zij wordt volgens de kronieken beschreven als de goddelijke voorouder van de Japanse keizerlijke familie. De Shinto-geestelijken die de riten verzorgen in de jingū behoren tot de Japanse keizerlijke familie.

Shintoïsme en het Japanse keizerrijk

Ise Jingū zou volgens de overlevering een spiegel van Amaterasu herbergen. Zij zou drie regalia (“heilige edele schatten”) hebben meegegeven aan haar achterkleinzoon Jinmu 神武. Deze zijn de spiegel, een zwaard en een (kroon)juweel. Jinmu zou deze hebben gebruikt om zijn legitimiteit op te eisen als rechtmatige heerser van het Japanse eiland, nadat hij uit de hemel was neergedaald. In de kronieken wordt hij beschreven als de stichter van het Japanse keizershuis.

**blogger’s note** Ik zal niet ingaan op de Japanse scheppingsmythen en de legende rondom Jinmu. Het is veel te lang en te uitgebreid om de blog hieraan te wijden. Daarnaast is het shintoïsme besmet met allerlei controverses, omdat het door hele foute Japanse politici en politieke bewegingen wordt gebruikt als een inspiratiebron voor nationalistische en racistische propaganda. Ik hoop op termijn voldoende tijd en ruimte te vinden om een degelijk en neutraal inzicht te bieden over het shintoïsme en de scheppingsmythen. Voorlopig laat ik het hier even bij. Mocht je toch interesse hebben: Boeddha’s en kami van Dr. Hendrik van der Veere (docent aan Universiteit Leiden) is een helder geschreven introductie tot de Japanse religieuze tradities.

Volgende keer: je eerste bezoek aan een Shinto-heiligdom?

In deel twee zal ik schrijven over de etiquette bij een bezoek aan een shinto-heiligdom. Tot dan!

RED BEARD 1965 Kurosawa Mifune coverfoto

Toshirō Mifune: de laatste samoerai (deel 3)

Shares

Toshirō Mifune: de laatste samoerai (deel 3)

Ik heb in mijn vorige blog geschreven over de (Italiaanse) westernfilms van Sergio Leone, waarin het beeld van de cowboy dankzij Clint Eastwood voorgoed veranderde. Dit beeld werd geïnspireerd door Mifune’s personage genaamd Sanjūrō in de film ‘Yojinbo’ en ‘Sanjuro’. Hierin speelde Mifune een zogenaamde “anti-rōnin”, die zijn vaardigheden inzet voor het goede in plaats van het slechte. Clint Eastwoods personage in ‘A Fistful of Dollars’ is een reflectie van deze “anti-rōnin”. Hij is een anti-held: een held waarvan men dit niet zou verwachten, vanwege zijn uitstraling of zijn handelen. Hoe dan ook, Mifune heeft (onbewust) de actieheld “gemaakt” zoals wij deze nu kennen.

Het einde van een tijdperkRed Beard 1965 -1

Tussen 1947 en 1965 speelde Mifune regelmatig in films van Akira Kurosawa. In 1963 vertolkte hij de rol van een bestuurslid van een schoenenfabrikant in High And Low. Het is een misdaadfilm die gaat over afpersing, ontvoering en de zoektocht naar gerechtigheid. De film onderzoekt ook ethische dilemma’s, sociale problemen zoals het contrast tussen arm en rijk en het drugsprobleem van de jaren ’60.

In 1965 speelde Mifune de rol van ‘Red Beard’ in de gelijknamige jidaigeki. Voor deze rol moest hij zijn baard en zijn hoofdhaar lang laten groeien, en hij moest deze steeds laten onderhouden gedurende de opnames. Jammer genoeg liep de productie van de film enorme vertraging op, met als gevolg opnames die steeds meer tijd in beslag namen. Het geduld raakte op: Mifune liep veel filmcontracten mis en belandde in de schulden. Tegen de tijd dat de film eindelijk voltooid was, was hij financieel uitgeput. Na een ruzie zette Mifune een punt achter de samenwerking met Kurosawa. Hoewel deze ruzie later werd bijgelegd, werkten beide heren nooit meer samen aan een film.

Mifune gaat soloZatoichi meets Yojimbo 1970

Na de breuk met Kurosawa ging het beter met Mifune: hij speelde in veel grote producties van grote Japanse regisseurs, zoals Samurai Assassin (1966) van Kihachi Okamoto (1924-2005) en The Sword of Doom (1967) van Masaki Kobayashi (1916-1996). In 1970 vertolkte hij een op Sanjūrō geïnspireerde lijfwacht in Zato’ichi meets Yojinbo, ook van Okamoto. Hierin speelt hij tegenover Shintarō Katsu (1931-1997) die Zatō’ichi speelt: een blinde masseur en zwaardvechter. Over dit personage zijn talloze films zijn geproduceerd, met Katsu in de hoofdrol.

In de jaren ‘70 begon Mifune de aandacht te trekken van westerse filmmakers. De eerste die hem benaderde was George Lucas (geb. 1944), die erg onder de indruk was van Mifune’s acteren in Rashōmon, Seven Samurai en Yojinbo. Lucas benaderde hem voor de rol van Obi-wan Kenobi in zijn eerste Star Wars-film (Episode IV, 1977). Deze film werd geïnspireerd door The Hidden Fortress (1958) van Kurosawa, waarin ook Mifune een belangrijke rol speelt. Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van twee onbelangrijke personages. In Star Wars kennen wij deze als C3PO en R2-D2. Mifune bedankte Lucas voor de eer. Als reden gaf hij aan dat hij een “sciencefiction samoerai” niet zag zitten. Het cultureel icoon van Japan zou hierdoor “imagoschade” lijden.

Mifune goes West

In mijn volgende en tevens laatste blog zal ik ingaan op Mifune’s toenemende populariteit in de Verenigde Staten, en vooral Hollywood. Hierbij gaat het vooral om Mifune’s samenwerking met westerse filmmakers. Daarnaast bespreek ik de miniserie Shogun (1980), waarvan het verhaal is gebaseerd op de eerste contacten tussen Nederland en Japan begin zeventiende eeuw.

Tot dan!

 

Toshiro mifune deel 2 cover

Toshirō Mifune: de laatste samoerai (deel 2)

Shares

Toshirō Mifune: de laatste samoerai (deel 2)

In mijn vorige blog schreef ik over de ‘jidaigeki’, de historische periodefilm. Daarnaast besprak ik de veranderde maatschappelijke situatie na de Tweede Wereldoorlog. Japan veranderde van een militaire dictatuur naar een constitutionele monarchie. De Japanse filmindustrie veranderde mee gedurende deze tijd. Hoewel het genre van jidaigeki eerst onderhevig was aan het censuurbeleid van de Amerikaanse bezetting (1945-1952), kwam er geleidelijk meer bewegingsruimte om het genre nieuw leven in te blazen. Na 1950, en vooral na het einde van de bezetting kwam de productie van de jidaigeki op volle gang. Dit was het ‘gouden tijdperk’ van de Japanse cinema, en voor Toshirō Mifune was dit moment beslissend voor zijn gehele filmcarrière.

Mifune begon zijn acteercarrière in de gendaigeki of “hedendaagse” film. Hij had een kleine rol als een lage samoerai in Life of Oharu (1952) van Kenji Mizoguchi (1898-1956), maar dit trok nog weinig aandacht. Hij werd pas “die ene samoerai” toen hij internationaal doorbrak in de klassieker Seven Samurai (1954). Zijn meest gedenkwaardige rol was echter die van Miyamoto Musashi (1584-1645) in de zogenaamde Samurai Trilogy (1954-1956) van Hiroshi Inagaki (1905-1980). In Throne of Blood (1957) laat Mifune zich van zijn meest dramatische kant zien.

Sanjūrō, de Japanse “cowboy”toshiro mifune deel 2-2

Eerder schreef ik over Kurosawa’s komische jidaigeki. Dit was een parodie op het oorspronkelijke genre. Voor de film Yojinbo (1961) werd Mifune gecast als Sanjūrō, een uiterst eigenzinnige rōnin die in eerste instantie niets moet hebben van andere mensen. Uiteindelijk zal hij toch bijdraaien om hen te redden.

Rōnin

Rōnin, de samoerai zonder meester (letterlijk “zwevend persoon”), waren in de ogen van de samoerai “eerloze” samoerai. Zij waren lager in aanzien dan zelfs de laagste samoerai. In plaats van seppuku of rituele zelfmoord te plegen, kozen zij ervoor om “vuil” werk te doen om zichzelf te kunnen onderhouden. In de meeste gevallen kleefde er bloed aan hun handen. Vanwege hun superieure vaardigheden in de zwaardvechtkunst werden zij als yōjinbō (lijfwacht) ingehuurd door machtige yakuza, die regelmatig hun tegenstanders en vijanden lieten omleggen.

De anti-rōnin

In Yojinbo is Sanjūrō de anti-rōnin: hij vecht tégen de yakuza. Het vervolg Sanjuro (1962) is veel luchtiger, waarin de humor meer naar voren komt. In deze film moet Sanjūrō een groepje onervaren samoerai en twee vrouwen uit hun clan beschermen tegen corrupte samoerai. Dit gaat moeizaam, als de vrouwen hem steeds belachelijk maken, en de onervaren samoerai hunzelf steeds in gevaar brengen.

Mifune als rolmodel voor Clint EastwoodToshiro mifune deel 2-1

Yojinbo was voor Sergio Leone (1929-1989) het model voor zijn eerste film uit de zogenaamde Dollars-films, A Fistful of Dollars (1964), met daarin Clint Eastwood in de hoofdrol. Het is een bijna exacte kopie van Yojinbo, en het verhaal speelt zich af in het Amerikaanse wilde westen. Eastwoods personage vertoont veel gelijkenissen met Sanjūrō: hij is eenling, hij is zeer bedreven met zijn wapen en bemoeit zich aanvankelijk met zijn eigen zaken. Leone pleegde plagiaat met de film, maar na een rechtszaak werd erkend dat de Toho Studios de auteursrechten bezaten. Ondanks dit alles werd A Fistful of Dollars een cultfilm, en Clint Eastwood een cultfiguur. Hij werd de typerende Hollywood-(actie)held. Maar aan wie is deze cultstatus toch te danken?

In mijn volgende blog: de breuk met Kurosawa (1965) en uitwisselingen met westerse filmmakers.

toshiro mifune - omslag

Toshirō Mifune: de laatste samoerai (deel 1)

Shares

Toshirō Mifune: de laatste samoerai (deel 1)toshiro mifune -2

In februari dit jaar ging de bio-documentaire ‘Mifune: The Last Samurai’ in Nederland in première. De documentaire vertelt over het leven van Japans meest legendarische acteur, Toshirō Mifune (1920-1997). Het is twintig jaar geleden dat de charismatische acteur overleed. De documentaire is een eerbetoon aan zijn leven en werk, gezien hij tot op heden veel mensen wereldwijd – acteurs en regisseurs – heeft geïnspireerd. Als eerbetoon aan zijn geweldige persoon zal ik een reeks blogs aan hem wijden.

Mifune en Kurosawa

Toshirō Mifune en Akira Kurosawa (1908-1998) zijn twee namen die iedere filmliefhebber hoort te kennen. Bijna iedereen kent Akira Kurosawa van historische periodefilms (jidaigeki) als Rashōmon (1950), Seven Samurai (1954) en Ran (1985). Maar hij regisseerde ook ‘hedendaagse’ films (gendaigeki) zoals Stray Dog (1948), Scandal (1950), The Idiot (1951), en High and Low (1963) om een aantal te noemen. Mifune speelde regelmatig in Kurosawa’s naoorlogse films. In de genoemde films speelde hij een onervaren rechercheur, een kunstenaar, een rijke playboy of een rijke zakenman die wordt afgeperst. Mifune was een zeer veelzijdige acteur, maar iedereen kent hem als de samoerai. Na de film Seven Samurai (1954) was dit beeld niet meer weg te denken.

De samoeraifilm

De jidaigeki is een genre die tijdens de Shōwa-periode (1925-1988) erg populair was, met name tijdens de vroege Shōwa-periode tot en met 1945. Dit was een periode van nationalisme, kolonialisme en oorlog. De jidaigeki versterkte het militarisme vanwege het verheerlijken van de samoerai – de historische Japanse krijgersklasse. Gedurende de Amerikaanse bezetting na de oorlog (1945-1952) kwam er een tijdelijk verbod op de genre, omdat deze werd gezien als oorlogspropaganda.

Tijdens de Amerikaanse bezetting werd de jidaigeki onder curatele gesteld. De Amerikaanse censuur legde een verbod op de jidaigeki uit de vroege Shōwa, en eiste van filmmakers dat zij nog alleen films maakten die nadruk legden op democratie en verdraagzaamheid. Dit was het voornaamste doel van de bezetting: om van Japan een vredig en democratisch land te maken. De naoorlogse jidaigeki mocht onder andere geen geweld of andere ondemocratische elementen vertonen. Geweld was alleen toegestaan wanneer dit een goede aanleiding had, zoals een strijd voor vrijheid en gerechtigheid. De Amerikaanse filmcensuur hield de Japanse filmindustrie daarom nauwlettend in de gaten.

Pas in 1950 werden de censuurregels versoepeld, waarna de productie van de chanbara eiga of “zwaardvechtfilms” – een subgenre van de jidaigeki – voorzichtig op gang kwam. Pas na de bezetting ontstond er een sterke toename in de productie van dit soort films.

Mifune als samoeraitoshiro mifune -1

Mifune staat vooral bekend om zijn rollen als samoerai. Zijn verschijning, charisma en ongeëvenaarde uitdrukkingsvermogen maakten hem de ideale acteur om dit culturele icoon te vertolken. Hij speelde vaak temperamentvolle samoerai, maar in latere films speelde hij hogere samoerai die uitstraalden in autoriteit en wijsheid. Wat Mifune onderscheidde van andere acteurs binnen de genre was zijn lage, intimiderende stem en zijn zelfspot. Dit was de aanleiding voor Akira Kurosawa om komische jidaigeki te maken. De films Yojinbo (1961) en Sanjuro (1962) zijn hier voorbeelden van. De films zijn een parodie op de bestaande jidaigeki, en het hoofdpersonage Sanjūrō – gespeeld door Mifune – bedrijft de spot met de samoerai als klasse.

In mijn volgende blog zal ik verder ingaan op de film Yojinbo en het personage Sanjūrō, en waarom de film en personage belangrijk zo belangrijk is geweest voor de (westerse) cinema.

Stay tuned!